Hervé zit alleen onder zijn afdak. Op zich is dat niet nieuw, want Hervé zit altijd alleen onder zijn afdak. Pas na vier maanden kwamen we er achter dat er ook een mevrouw Hervé is. We denken dat mevrouw Hervé alleen binnen zit. Maar zeker weten doen we dat niet, want wij komen niet binnen. Wel spreken we elkaar regelmatig over het hek.
Hervé is propriétaire, gepensioneerd en bivakkeert een groot deel van het jaar in zijn mobilhome. Mobilhome, da's goed frans voor 'stacaravan'. En het is niet in, maar voor zijn mobilhome. Onder het overdekte terras. Een tout mooigeklust overdekt terras. Strak in de lak en inclusief gelakte houten brievenbus, vogelhuisje en fleurige bloemen.
Om de een of andere reden is Hervé er altijd als wij er zijn, en aangezien hij ook nog een zeer centrale plaats heeft, groeten we elkaar iedere dag meer dan eens. Dat groeten bestaat minimaal uit handen schudden en wat meneer Schrijft betreft, is het daar bij Hervé bij gebleven. Als vrouw kom je daar op een gegeven ogenblik niet meer mee weg, en dan begint het grote kussen. Dat is nog een heel lastig iets, want je moet er een goed geheugen voor hebben. Kussen kan namelijk twee, drie of vier keer. Twee kussen in Parijs en het dubbele voor Lyon en St. Etienne. Denken we. Maar het kan ook heel anders zijn. Van die dingen dus. Uit de twee-of-vier-kussentheorie heb ik opgepikt na twee keer op te houden of doorgaan tot de vier. Op goed geluk, dat dan weer wel. Bij Hervé gokte ik op vier, maar hij maakte er drie van. Mijn vierde kus verdween in de wind, want drie stond niet op mijn lijstje en de buurwang was al weg. Nu staat drie wel op mijn lijstje onder de N van Nîmes. Nîmes 3 als kusvariant op Nimm2. Een kuskaart, zou zoiets eigenlijk bestaan? Gewoon als onderdeel van een inburgeringscursus? Het is namelijk wel leuk, dat inburgeren, en misschien bestaat er wel een markt voor kuskaarten.
Sinds kort is er iets veranderd op het terras van Hervé. Hervé is online. Nu glimt niet meer alleen het houten gelakte terras, maar ook de laptop op de tafel. Een lavendelveld als tafelkleed. Gespannen staart hij naar het scherm. Hij typt volgens de Arend-methode. Hoog cirkelt zijn wijsvinger boven het toetsenbord, op zoek naar een ‘t’. Dan opeens, in een duikvlucht, valt de wijsvinger aan. ‘Tak!’. Gevonden. Een glimlach. Dan gaat de wijsvinger opnieuw naar boven, en maakt kleine cirkels boven het toetsenbord. Een ‘o’. Het is half oktober en hij draagt een korte broek en een t-shirt van een merk uit lang vervlogen tijden. Ik hoor een vogel. En verder gebeurt er helemaal niets. Heerlijk.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten