maandag 6 oktober 2008

.. want spelen met Lego is fijn!

1223328007.54971.jpg


De sfeer van de onmoetingsruimte doet me denken aan het DDR-restaurant waar ik in 1986 eens gegeten heb. Om iedere tafel staan vier stoelen. Drie mintkleurige stoelen en een groene stoel.  In iedere hoek staat een blauwe stoel.  We kijken nog eens naar binnen en besluiten door te lopen.

Het klinkt kil in de gang, een beetje hol. Maar dat past ook wel bij het gebouw.  We zijn met een groep van een man of tien. Of beter gezegd een vrouw of tien. En we stellen onze vragen. Het is toch best bijzonder om hier te zijn. Het is zo'n plaats waar je liever niet komt, of waar je liever geen bekenden tegenkomt. ‘Verhip Henk, jij zat toch voor je werk in Italië?'. Kijken onze ogen uit.. 
Je komt hier overigens niet zomaar binnen. Zij niet, maar ik ook niet. Een beetje lacherig overhandig ik mijn paspoort, geef mijn mobieltje af. Stap door de detector. Doe mijn schoenen uit. Stap weer door de detector. Doen mijn riem af en stap nog eens door de detector. Dat gaat zo nog even door. Uiteindelijk mag ik door. Iedereen mag door. Het is best een mooi gebouw eigenlijk. Zware deuren. Hoge plafonds. Alleen de kamers vallen wat tegen. Niet zo luxe als je iedereen altijd maar hoort vertellen. Bovendien is het recreatieprogramma beperkt tot slechts één uur per dag.
Er zijn maar weinig vrouwen hier, negentig procent van de mensen is man. In de centrale ruimte zien we overal kamers in het rond. Het is immens groot en hoog. Een aantal verdiepingen boven elkaar. Rode deuren. Denk ik. Het is een mooi beeld. Dat wel. Foto's maken mag niet, dus ik moet mijn geheugen het werk laten doen. Galerijen en zware deuren rondom. Als je in het midden staat, kun je alle verdiepingen en alle deuren in de gaten houden. Warm is het ook. Eén deur gaat voor me open. Ik betreed aarzelend de kamer. Met een zware klap valt de deur achter me dicht. Daar sta ik dan, in een ruimte van 2,5 bij 3,5 meter met twee bedden, een wasbak en een wc. Een wc zonder deur. Dat wordt niks. Na een paar minuten gaat de deur weer voor me open. Gelukkig.
Terug naar de vrouwengalerij. Een lange gang met aan weerszijden deuren. Twee verdiepingen en een gang in het midden. Identieke deuren met een gordijntje ervoor. Op de eerste verdieping worden bij voorkeur geen springers geplaatst. De gang is op sommige plaatsen opgeleukt met een plant. We stellen onze vragen. Over moeders in de gevangenis. De meeste vrouwen hier zijn namelijk moeder. Ik hoor muziek uit één van de cellen komen. ‘Kunnen ze ons nu horen?', vraag ik me af. Moet toch raar zijn om nu in een cel te zitten en een stel dames te horen praten over jou achter het gordijn, over jouw uren in het naaiatelier, over de moeder-en-kindkamer. Over de dertien euro per week die je hier met werken verdient.  Over het visiteren nadat je bezoek hebt gehad. "Ja, ze kunnen jullie horen", is het antwoord.
Onderweg naar de uitgang passeren we de wachtkamer. Sfeervol geschilderd in het olijk zwart. De rouwkamer elders in het karakteristieke pand steekt hier kleurrijk bij af. We komen ook weer langs de ontmoetingsruimte. Nog steeds een tafel met vier stoelen. Nu met betekenis. De gedetineerde zit op de groene stoel. De bezoeker op de mintgroene. En de bewaker heeft een blauwe stoel. Iedere gedetineerde mag een uur per week bezoek ontvangen. Op de grond bij een mintgroene stoel liggen twee verdwaalde blokjes lego, duplo eigenlijk. Achtergelaten door een klein mintgroen gestoeld duplokind. Een liedje komt voorbij in mijn hoofd. ‘Van lego kun je alles maken. Een boot een vliegtuig of een trein. Een huis met echte daken. Want spelen met Lego is fijn.' Ik hoop dat het goed gaat komen met Duplokind.

Geen opmerkingen: