zondag 23 november 2008

Uitvaartverzekering 'De Gedoofde Kaars'



- ‘Met Rachel’
- ‘Goedemiddag. U spreekt met uitvaartverzekering De Gedoofde Kaars. Spreek ik met mevrouw Schrijft?’
- ‘Ja, dat klopt.’
- Dat is prettig, mevrouw Schrijft, want wij hebben namelijk enige tijd geleden een brochure verzonden aan meneer Schrijft.’
- ‘Dat kan ik me herinneren. Meneer Schrijft vond dat niet prettig. Hij was door u of uw collega gebeld en tijdens dat gesprek heeft hij aangegeven niet geïnteresseerd te zijn in uw aanbieding’
- ‘Maar mevrouw Schrijft, dat was geen áánbieding, dat was onze algemene verkoopbrochure.’
- ‘ook daarin was meneer Schrijft niet geïnteresseerd. Dat heeft hij tijdens het telefoongesprek duidelijk aangegeven.’
- ‘Wij hebben u deze brochure gestuurd zodat u kunt kennismaken met de geweldige producten die Uitvaartverzekering De Gedoofde Kaars u kan bieden. Het blijkt namelijk dat de meeste mensen denken dat ze goed verzekerd zijn, maar als ze dan uiteindelijk komen te overlijden en hun nabestaanden…
- ‘mevrouw’.
- ‘ja?’
- ‘heeft u begrepen wat dat betekent..’niet geïnteresseerd zijn’?
- ‘hmmmm’
- ‘Denkt u dat omzet binnenhaalt door niet geïnteresseerde mensen na te bellen die van u een brochure hebben ontvangen waarin ze ook niet geïnteresseerd waren.”
- ‘Mevrouw Schrijft, ik haal geen omzet binnen. Daar ben ik niet van. Ik bel u om u een passend voorstel te kunnen doen. Daarom wil ik graag met u het volgende doornemen...’
- ‘mevrouw’.
- ‘ja?’
- ‘Wilt u weten wat meneer Schrijft met die brochure heeft gedaan?’
- ‘ja’
- ‘Hij heeft hem weggegooid.’
- ‘…’.
- ‘Hij was namelijk niet geïnteresseerd in de Gedoofde Kaars. Nog steeds niet eigenlijk. Wat vindt u daarvan?’
- ‘Dat vind ik eigenlijk wel jammer, mevrouw Schrijft. Via deze brochure maakt u namelijk kennis met het productenaanbod dat wij u kunnen bieden zodat uw nabestaanden (…)’
- ‘mevrouw, ik val u weer in de reden. Misschien was ik niet duidelijk. Waar ik nieuwsgierig naar ben, is de reden waarom jullie brochures versturen naar mensen die niet geïnteresseerd zijn.’
- ‘Dat weet ik eigenlijk niet.’
- ‘Vindt u het vervelend om niet geïnteresseerden na te bellen?’
- ‘Niet heel vervelend, u is erg vriendelijk voor een niet geïnteresseerde. Sommige mensen breken het gesprek zomaar opeens af. Dat vind ik veel vervelender. Maar meneer Schrijft heeft dus bij het eerste gesprek aangegeven niet geïnteresseerd te zijn?’
- ‘Ja, dat is een juiste conclusie. Hij was niet geïnteresseerd in een aanbieding van u. Een algemene verkoopbrochure en een tweede telefoontje hadden we dan ook niet verwacht.’
- ‘Weet u mevrouw Schrijft. Het klopt nu niet. Het is de bedoeling dat ik nu met u gegevens doorneem en dan krijgt u van ons een aanbieding. En die kunt u dan zelf naast uw eigen uitvaartverzekering leggen en dan belt een collega van mij u op.’
- ‘Een derde telefoontje dus. Van een collega met verkoopverantwoordelijkheid?”
- ‘Ik denk het wel, mevrouw Schrijft, maar dat kan ik van hieraf niet zien.’
- ‘Wat kunt u wel zien?’
- ‘Niet zo heel veel eigenlijk. Het is hier een beetje saai.’
- ‘Ik heb een voorstel. Zullen we samen afspreken dat uw derde collega niet hoeft te bellen?”
- ‘Hoe wilt u dat doen, mevrouw Schrijft?’
- ‘Heel simpel, heeft u op uw scherm ook een optie ‘niet geïnteresseerd?’
- ‘Wacht, even kijken. Ja, ik zie al iets. Mevrouw Schrijft, mag ik u het volgende voorstel doen?’
- ‘Ja hoor, ik ben nu al nieuwsgierig’.
- ‘Zal ik u voorstellen dat ik de optie ‘mevrouw wenst geen voorstel’ aanvink?
- ‘Dat lijkt me een prima voorstel’.
- ‘En nog iets, mevrouw Schrijft, ik vond het best een leuk gesprek.’
- ‘Ik ook.’
- ‘Mag ik u een heel fijn weekend wensen?’
- ‘Ja hoor, geen probleem’
- ‘Een heel fijn weekend dan.’
- ‘U ook’.
- ‘Dahag’.

Geen opmerkingen: