zondag 20 april 2008

Net zijn vader*

“Net zijn vader”, dat zeiden ze altijd over je. En ze hadden gelijk, want je hebt zijn oogopslag. Ik leerde hem kennen op vakantie in Griekenland. Ik was er met een vriendin en hij was er met zijn gezin. Het is ook niet zo dat ik hem versierd heb, hij versierde mij. ’s Avonds bij het kampvuur. Zijn zoon was tien, zijn dochter acht, maar ik denk niet dat zij toen al iets door hadden. Zijn vrouw waarschijnlijk wel. Vrouwen zien zoiets meteen. Aan de manier waarop hun man kijkt. Aan de manier waarop hij net iets meer rechtop loopt dan normaal, borst naar voren. Zich gedraagt als het alfamannetje van de vakantiekolonie. We ontmoetten elkaar ’s nachts als iedereen sliep. Onze gesprekken waren diepzinnig, we hadden dezelfde ziel, ondanks het grote leeftijdsverschil. En ja, en er was ook sex, mocht je dat soms ook willen weten. Het was een intense vakantie, daarmee omschrijf ik het wel goed. Denk ik.

Na die vakantie hebben Henk en ik elkaar nog een aantal keren ontmoet op, laat ik het maar noemen ‘allerlei verschillende plaatsen’. Eigenlijk is het hele verhaal te gênant voor woorden, daarom heb ik het nooit willen vertellen. Het heeft twee jaar gekost voor hij zijn gezin verliet en hij bij mij introk. De scheiding was pijnlijk voor iedereen. Voor zijn ex José en voor Bart en Yoni, de kinderen.
Eigenlijk hadden we het best goed samen, als ik op die periode terugkijk. Natuurlijk waren er ‘opstartproblemen’, dat is logisch bij een samengesteld gezin. Ik was niet gewend aan twee prépuberende kinderen en zij waren niet gewend aan een stiefmoeder van 24. Niet dat ze heel vaak bij ons waren hoor, een deel van de schoolvakanties en af en toe een weekend. Hun moeder vond het moeilijk om haar kinderen naar ons te laten gaan. Ik denk dat ze jaloers was. En op een gegeven ogenblik kreeg ze een nieuwe relatie en verhuisde ze naar Heerenveen. Vanaf dat moment kwamen Bart en Yoni niet meer zo vaak.

Je vader kreeg een nieuwe baan en ook wij verhuisden. Naar een groter huis, een huis met een zwembad. Wie had dat nou ooit kunnen denken, dat ik nog eens een huis met een zwembad zou bezitten. Voor jou klinkt dat nu misschien heel gewoon omdat je niet beter weet, maar voor ons was het heel wat. Hele dagen bracht ik door bij ons eigen zwembad. Ik vond het heerlijk om het zwembad te onderhouden. Het water te controleren. Gevallen blaadjes eruit te scheppen. Op een dag dreef er een dode egel in het water. Dat vond ik zo zielig. Met Bart en Yoni heb ik die egel begraven achter de vlinderstruik. Het duurde minstens tien dagen tot we weer het water in durfden.

Mijn god, wat is het toch lastig om het je te vertellen. Liever had ik mijn mond gehouden, maar ik ben voor het blok gezet. In de eerste, bij biologie, kreeg je les over bloedgroepen. “Mama, hoe kan ik nu een negatieve bloedgroep hebben, als papa en jij allebei positief zijn?”, vroeg je. En ik wist de vraag te beantwoorden omdat ik wist dat de vraag een keer zou komen. “In het ziekenhuis ben ik na jouw geboorte ook heel vaak getest, want het ís ook heel uitzonderlijk. Het heeft met de bloedgroep van oma te maken, zij had O negatief en via haar heb jij die bloedgroep ook.” Je keek me aan met je mooie ogen en geloofde me. Mijn hart deed een beetje zeer, maar ik zette het uit, zodat het weer klopte. “En kijk eens hoe je op hem lijkt, je bent echt een kind van je vader”, die laatste zin was meer voor mezelf, en ik gaf je een dikke knuffel.

Ik wilde graag snel kinderen omdat ik niet wilde dat Henk een bejaarde vader zou zijn. Henk had niet direct dezelfde kinderwens als ik, hij had het allemaal al twee keer meegemaakt. Toch vond hij dat ‘iedere vrouw recht had op een kind’ en hij wist zeker dat hij van ons kind zou houden. We gingen dus ‘oefenen’, zoals men dat noemt, maar ik raakte niet snel zwanger.
Als ik maar niet in een slons zou veranderen, dat is het enige dat hij ervan zei. Henk houdt ervan als een vrouw er verzorgd uitziet. Het was me al vaker opgevallen dat hij graag naar goed verzorgde vrouwen keek als we samen ergens waren. En een beetje achterdochtig was ik wel, ik hoefde alleen maar te denken aan onze ontmoeting. Onder de ogen van José had hij me versierd.

O, wat een pijn om dit te vertellen. Bart is ziek geworden, een hartafwijking, iets erfelijks. Ze kwamen er bij toeval achter. Gelukkig. Een spannende periode gaan we nog tegemoet. Hij moet geopereerd worden, anders haalt hij de dertig niet. Natuurlijk is de hele familie ondertussen ook onderzocht en José blijkt draagster te zijn. Voor de zekerheid heeft Henk zich ook laten testen, maar hij heeft niets. ’s Avonds aaide hij jou over je bos krullen. Henk de alfaman met de sterke genen.
Lang heb ik mijn mond kunnen houden, maar ik moet weten of je gezond bent. Radeloos ben ik. Morgen ga ik naar de huisarts, en ik ga een beroep doen op zijn beroepsgeheim. Hij moet maar een reden verzinnen waarom je onderzocht moet worden. Ik praat me er later wel uit. Deze brief is voor later, als ik dood ben.

Het was een mooie zomer, het jaar voor jouw geboorte. Een heel banale zomer waarin Henk vreemd ging met zijn secretaresse. En terwijl Henk met zijn secretaresse op een zeilschip ritmisch heen en weer wiegde, was ik thuis met Bart en Yoni. Yoni was vroeg naar bed gegaan en Bart en ik dronken wijn bij het zwembad. Allebei waren we behoorlijk aangeschoten. Hoe het gebeurde, weet ik niet meer, maar het gebeurde. Daar bij het zwembad. Je hebt zijn oogopslag. Je hebt zijn genen. Morgen bel ik de huisarts.





* Dit korte verhaal was mijn inzending voor de Trouw Schrijfwedstrijd 'Een nagelaten bekentenis.' Geen winnaar, maar ik vind 'm mooi genoeg om hier te plaatsen. In totaal ontving Trouw meer dan vierhonderd inzendingen.

Geen opmerkingen: