‘Welkom bij de Frieterette’ blinkt de lokale snackbar me groenglimmend van een afstandje tegemoet. We hebben plotseling vijf eters extra en geen zin om zeer uitgebreid te koken. Voor de lichting onder de twaalf wordt het dus vette hap.
De deur staat open, en van buiten kan ik de leegheid binnen al zien. Niemand voor en niemand achter de toonbank. Als ik nog eens kijk, zie ik mevrouw Frieterette. Ze staat bij de zijingang onder de luifel te roken, een plastic beker koffie binnen handbereik.
‘Bent u open?’, vraag ik voor de vorm. Om de een of andere reden ziet het er vrij gesloten uit. Gekke vraag eigenlijk, gelukkig zoekt mevrouw er niets achter. Ze knikt alleen. De inrichting is sfeervol mintgroen en grijs, ik gok op 1992, kan ook 1993 zijn. Nadat ik mijn bestelling geplaatst heb bij mevrouw, blijkt er ook een meneer Frieterette te zijn. Ik hoop dat hij Fred heet. Fred gooit de spullen in het vet en verdwijnt dan weer in het niets. Mevrouw gaat ondertussen in de weer met een doekje: ze neemt de toonbank af en ook de kassa krijgt een natte lap.
Mijn oog valt op twee schilderijtjes. Het zijn twee goudkleurige Xenos-lijstjes van 30 x 40 cm en ze hangen een beetje scheef naar elkaar toe. Gezien de uitstraling, denk ik overigens dat het zo hoort, dat scheefhangen. Het kan ook zijn dat Fred niet erg klusminded is. De tweelinglijstjes bevatten dezelfde tekening, 20 x 30 cm: “De Flamingo”. Dankzij het iets te kleine formaat van de tekening is het ruitjespapier erachter nog goed te zien. Ook de geel-grijze letters van de Xenos steken onder de flamingo uit. Hoe lang zouden die schilderijtjes hier al hangen in deze vorm? Tja. Soms ontstaat er zomaar een vraag in je hoofd waarvan je weet dat het gek is om hem te stellen.
“In het Noorden hebben ze maar mooi pech”, hoor ik mevrouw plotseling zeggen. Verdomd, ze heeft het tegen mij. “Dat is toch echt zo zonde als je nu vakantie hebt. Dan zijn de kinderen lekker een weekje vrij en dan heb je dit. Wij blijven altijd in de buurt, verder dan Zeeland hoeft van mij niet. Wilt u de friet in een kleine zak, medium of groot?” Ik vind medium wel een goed antwoord, vooral omdat het me niet echt veel uitmaakt.
“Maar voorlopig krijgen ze me echt niet weg hoor, vervolgt mevrouw. "Mijn schoondochter staat op het punt van bevallen, en het is de eerste, dus dat wil je niet missen.” ‘Bij het tweede kleinkind ligt dat kennelijk anders’, denk ik voor me uit en knik begripvol. “Ik ga iedere ochtend even bij haar langs, gewoon even koffie drinken. Ze is nog flink hoor, doet alles zelf, terwijl ze toch flink is aangekomen. Zeker vijfentwintig kilo. Gisteravond, nee.., eergisteravond had ze opeens rugweeën. Meid, zei ik toen, je moet lekker in bad gaan zitten. Dat krijg je hé, van het indalen. Bekkeninstabiliteit, voor je het weet, zit je ermee te kijken. Dus zij in bad, maar ja, het was vals alarm, dus nu kunnen we weer afwachten. Ach, het zal nu wel niet meer lang duren, denk ik zo.” Mevrouw Qualitaria overhandigt mij een zak met calorierijk voedsel. “Had u het zo? Fijne avond verder.” Inderdaad, de Frieterette is open. Heel open. Misschien lag het toch aan mijn vraag.
1 opmerking:
oorspronkelijk geplaatst op vkblog: woensdag 11 november 2009 0:43 door rachel_schrijft
Een reactie posten